Nationaal Vakexamen Uitvaartzorg

Door Syta HamminkNieuwsbriefReacties zijn uitgeschakeld

­­

“Het Nationaal Vakexamen Uitvaartzorg (NAVU) vordert gestaag” meldt Matthijs de Gee in de laatste nieuwsrubriek van de BGNU (de Branchevereniging Gecertificeerde Nederlandse   Uitvaartondernemingen). De ontwikkeling en uitvoering van het Nationaal Vakexamen is ondergebracht bij de Stichting Keurmerk Uitvaart (SKU).   Nardus heeft een aantal gesprekken gevoerd met de heer De Gee, die voorzitter is van de (SKU) en trekker van het project NAVU. Nardus en BGNU streven namens hun leden beide naar een constante kwaliteitsverhoging in de Uitvaartbranche.

De ontwikkeling van een Nationaal Vakexamen past goed bij dit streven. Toch zetten wij een belangrijke kanttekening bij deze ontwikkelingen, die deels gefinancierd wordt uit gelden die door de werkgevers en werknemers in de uitvaartbranche in het verleden bij elkaar zijn gebracht via een Sociaal Fonds, onderdeel van de CAO-afspraken. Ook Nardus, haar leden en hun werknemers hebben aan dit fonds bijgedragen. Nardus is van mening dat de ontwikkeling van het Nationaal Vakexamen zich te veel richt op één beschermd hoekje van de branche. Namelijk het hoekje BGNU en het SKU-Keurmerk. Met de belangen van de leden van Nardus en onze Gedragscode wordt veel minder rekening gehouden en wij voorzien dat dat in de toekomst flink kan gaan knellen voor de uitvaartverzorgers van onze leden en de uitvaartverzorgers die nauw samen werken met Nardus-leden.

Het hele NAVU-pakket bestaat uit vier delen: Opleiding, Stage, Examen en PE (permanente Educatie). Een professionele vierluik waarmee de gehele branche een nieuwe kwaliteitsdimensie kan toevoegen. Een uitvaartverzorger die contentieus alle vier delen tot zich neemt wordt opgenomen in een register en kan zich op die manier profileren als Gecertificeerde Uitvaartverzorger. Als beroepserkenning vergelijkbaar met bijvoorbeeld RA (Register Accountant). De kanttekening van Nardus richt zich op het register en dan vooral op de toelatingseisen van het register. Daar komt de verplichting van het SKU-Keurmerk veelvuldig in voor. Bijvoorbeeld de stageplaats moet bij een SKU-Keurmerk-organisatie worden doorlopen. In feite gaat het register er van uit dat de Gecertificeerde Uitvaartverzorger werkzaam is bij een onderneming die het SKU-Keurmerk heeft. Daarmee delen de BGNU, NAVU en SKU, die zeer nauw met elkaar verweven zijn, zowel de markt als ook de ontwikkelingskansen en loopbaankansen van een uitvaartverzorger in tweeën. Uitvaartverzorgers die bij de BGNU/NAVU/SKU wereld horen en uitvaartverzorgers die daar buiten staan.

Nardus vindt dit niet alleen een slechte zaak, maar ook onrechtvaardig naar een grote groep uitvaartverzorgers die dagelijks een hoogstaande prestatie levert aan hun cliënten. Nardus vindt het daarnaast onjuist dat gelden die gezamenlijk zijn gespaard door werkgevers en werknemers, maar aan één deel van de uitvaartverzorgers ten goede kan komen. Wij vinden dat er goede kwaliteitsnormen moeten zijn en welke geborgd dienen te zijn, waarin de gecertificeerde uitvaartverzorger kan functioneren. Gezien de vakinhoud ligt de verantwoordelijkheid in belangrijke mate bij de inhoudelijke werkzaamheden van de uitvaartverzorger. De certificering is in primaire zin een persoonlijke verantwoordelijkheid van de uitvaartverzorger. Daarbij heeft het SKU-keurmerk niet het primaat, aangezien dit een keurmerk is op een bedrijf of organisatie. Om deze reden achten wij een onafhankelijke organisatie gewenst, waarin alle stakeholders zijn vertegenwoordigd.

De wijze waarop nu gedacht wordt zal niet leiden tot een echt gedragen nationaal vakexamen en dat zou een gemiste kans zijn in deze branche, waar zorg, kwaliteit, zorgvuldigheid, transparantie en piëteit essentieel zijn.

U mag aannemen meer van Nardus te vernemen in de ontwikkeling van het nieuwe traject de “Gecertificeerde Uitvaartverzorger”.  Het bestuur van Nardus stelt het op prijs als u zich meldt (bij ons secretariaat) met uw ervaringen en ideeën rond deze ontwikkeling.