Uitvaartvereniging DLE Harich bestaat 100 jaar

Door Syta HamminkNieuwsReacties zijn uitgeschakeld

Eigenlijk is er in het Friese Harich in de afgelopen eeuw niet zo veel veranderd. Nog steeds geldt daar de zogenaamde burenplicht, die ervoor zorgt dat een overledene een waardig afscheid krijgt.

„Onze kracht is dat we het allemaal nog zelf doen. We hebben nog een eigen bode en we hebben eigen dragers. Zolang de bode hier uit het dorp komt, houden wij het wel vol.”

Voorzitter Durk Tuinier van de uitvaartvereniging De Laatste Eer in Harich, dat 484 inwoners telt, is optimistisch gestemd over de toekomst. „Het ziet er rooskleurig uit voor de vereniging.”

Op de kaart, waarmee de leden werden uitgenodigd voor de viering van het honderdjarig bestaan van De Laatste Eer, staat dat de vereniging nog „springlevend” is. De jubileumviering ging vrijdagavond van start met een bijeenkomst in de protestantse kerk in Harich. Voor zaterdag stond er een uitvaartbeurs op het programma.

Waardige begrafenis

Tot het begin van de 20e eeuw kenden vrijwel alle dorpen in Friesland, en ook in veel andere provincies, de burenplicht. Daarbij werd ervan uitgegaan dat de buren van de overledene voor een waardige begrafenis zorgden. Met het oprichten van verenigingen kwam een einde aan deze bijzondere traditie. De verenigingen namen een bode in dienst, die de taken van de buurt overnam.

Op veel plaatsen zijn nu uitvaartverzorgers actief. Daarmee werd de uitvaartwereld commerciëler en soms ook onpersoonlijker. In Harich is het tot nu toe gelukt om de uitvaartverzorgers op afstand te houden. „Wij doen het zelf”, aldus Tuinier. „Met elkaar hebben we de verantwoordelijkheid om de dorpsgenoten op een goede wijze naar het kerkhof te brengen of te cremeren.”

Daarbij spelen betaalbaarheid en betrouwbaarheid een belangrijke rol. „Het is allemaal heel dichtbij. De bode kent alle mensen in het dorp.”

De uitvaartvereniging in Harich werd in 1916 opgericht. Na de oprichtingsvergadering konden de inwoners lid worden van de vereniging. „Veel mensen zagen er eerst tegen op om lid te worden”, zo vertelt voorzitter Tuinier. Maar het bestuur wist uiteindelijk vrijwel alle inwoners te overtuigen van het nut en de voordelen van de vereniging.

Evenals in veel andere dorpen was de hoogte van de contributie op de ledenvergadering een regelmatig terugkerend onderwerp van gesprek. Leden betaalden contributie naar draagkracht. In Harich bepaalde het aantal koeien de hoogte van de ledenbijdrage. Een grote boer betaalde zo meer contributie dan een keuterboer. „Destijds was dat een prachtig systeem”, vindt Tuinier.

Boerenarbeiders werden in de beginjaren regelmatig ingeschakeld om een graf te delven. „Dat gebeurde dan in de tijd van de baas”, aldus de voorzitter. Aanvankelijk droeg de uitvaartvereniging in Harich de naam Helpt Elkander. Maar in de jaren 60 van de vorige eeuw dook in de notulen de naam De Laatste Eer op.

Momenteel telt de vereniging 450 leden. Zij wonen niet alleen in Harich, maar ook in omliggende dorpen en soms zelfs in een andere provincie. De contributie bedraagt 16 euro per lid per jaar.

Een van de omringende dorpen is Ruigahuizen, dat 118 inwoners heeft. Tot in de jaren 30 van de vorige eeuw had dit dorp een eigen begrafenisvereniging. „Daar is niet zo veel over bekend. De vereniging is opdoekt. Een deel van de leden ging naar Balk, anderen gingen naar Harich”, vertelt Tuinier.

Ruigahuizen heeft nog wel een eigen begraafplaats. Ooit stond daar een kerkje. Nu geniet de begraafplaats bekendheid vanwege de karakteristieke klokkenstoel. De begraafplaats is een jaar of zes geleden uitgebreid.

Grafkelder

In Harich worden de overleden inwoners begraven op de begraafplaats bij de protestantse kerk. De adellijke familie Van Swinderen beschikt in de kerk over een grafkelder. Tegenwoordig is Johan Kranenburg bode van de uitvaartvereniging. „Als het nodig is, regelt hij alles”, merkt de voorzitter op.

De vereniging beschikt over zes dragers. Stopt een drager, dan is het volgens Tuinier niet moeilijk om een opvolger te vinden. Datzelfde geldt voor bestuursleden. „Er is vaak maar één telefoontje nodig.”

Overigens hoeven de dragers niet zo vaak in actie te komen. „We hebben drie tot vier uitvaarten per jaar. Dat valt wel mee”, aldus Tuinier.

Een enkele keer doet een niet-lid een beroep op De Laatste Eer. „In dat geval worden er wat meer kosten in rekening gebracht.”

uit: Reformatorisch Dagblad